Skip Ribbon Commands
Skip to main content
NL FR EN
A
A
A

  

  

  

  

HUMTICK project:

Ziekten overgedragen door teken in België

Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) is nog op zoek naar huisartsen die, samen met de 160 huisartsen die nu al deelnemen, willen meewerken aan deze studie over de ziekte van Lyme en andere pathogenen die worden overgedragen door teken in België.  De rol van de huisartsen is het werven van patiënten bij wie een nieuwe erythema migrans wordt gediagnosticeerd alsook patiënten met een griepaal syndroom na een recente tekenbeet en dit tot eind oktober 2019. Op deze pagina vindt u alvast meer informatie over het verloop van de studie.
 
Indien u bereid bent deel te nemen aan deze studie, gelieve uw contactgegevens aan ons door te geven door op onderstaande link te klikken:
 
 
Klik hier om deel te nemen aan deze studie

 

 ​

 Context van de studie:

In België zijn er elk jaar bijna 10 000 personen die een huisarts raadplegen omwille van een erythema migrans (EM), de meest voorkomende manifestatie van de ziekte van Lyme, en worden er elk jaar 200 tot 300 personen opgenomen in het ziekenhuis (1;2).
Ondanks een adequate antibiotica behandeling, blijven sommige patiënten lijden aan een aantal niet-specifieke symptomen zoals vermoeidheid, musculoskeletale pijn of cognitieve stoornissen. Wanneer deze langer dan 6 maanden na de behandeling aanhouden en zodanig ernstig zijn dat ze een impact hebben op de dagelijkse activiteiten van de patiënt, wordt dit syndroom beschreven als PTLDS (Post-Treatment Lyme Disease Syndrome) (3-6). De precieze oorzaak van dit syndroom is nog niet gekend en er zijn nog maar weinig wetenschappelijke studies uitgevoerd over de mogelijke risicofactoren. Ook het belang van co-infecties met andere pathogenen overgedragen door teken (zoals Anaplasma spp. of Babesia spp.) bij de ontwikkeling van PTLDS is onduidelijk. In de laatste jaren is gebleken dat ook andere, minder bekende, teken-overdraagbare pathogenen (zoals Rickettsia spp., Neoehrlichia mikurensis, Borrelia miyamotoi,...) voorkomen in de tekenpopulatie in België (7-10). Over het voorkomen en de invloed van deze pathogenen, zowel bij patiënten met de ziekte van Lyme alsook in de algemene populatie blootgesteld aan teken, zijn er slechts weinig data beschikbaar.
 
 

Doelstellingen van de studie:

  • Bepalen van de ziektelast (burden of disease) van de verschillende klinische manifestaties van de ziekte van Lyme in België;
  • Kwantificeren van de kosten die gepaard gaan met de ziekte van Lyme in België;
  • Evalueren van het voorkomen van andere tekengebonden pathogenen in België: Anaplasma spp., Rickettsia spp., Neoehrlichia mikurensis, Babesia spp., Borrelia miyamotoi;
  • Evalueren van het voorkomen van PTLDS in België en identificeren van mogelijke risicofactoren (waaronder co-infecties met andere tekengebonden pathogenen).

 

Korte beschrijving van de methoden:

Om deze doelstellingen te bereiken worden er vier groepen deelnemers geïncludeerd in deze studie, waarvan groep 1 en 2 gerekruteerd worden via de huisartsen.
  • 1. Groep 1: Patiënten met een nieuwe diagnose van een erythema migrans (250-600 patiënten);
  • 2. Groep 2: Patiënten met een griepaal syndroom na een recente tekenbeet (<1 maand geleden) (maximum 200 patiënten);
  • 3. Groep 3: Patiënten met gedissemineerde Lyme (100 patiënten). Rekrutering via de universitaire ziekenhuizen verbonden aan het Nationaal Referentiecentrum voor Borrelia;
  • 4. Groep 4: Referentiegroep. Rekrutering door de deelnemende patiënten.
 
De patiënten van groep 1 worden opgevolgd gedurende een periode van 6 maanden tot 2 jaar (afhankelijk van het moment van inclusie) om met behulp van vragenlijsten de ziekte- en kostenlast te bepalen op korte en lange termijn. De behandelende arts wordt ook gevraagd om 2 tot 3 keer een korte vragenlijst in te vullen:  bij de inclusie van de patiënt (op papier), 6 maanden later (online) en eventueel 12 maanden later (online). Deze heeft betrekking op het klinische onderzoek, eventueel bijkomende consultaties en bloedresultaten, alsook op de mogelijke subjectieve symptomen aanwezig bij de patiënten.
 
De patiënten van groep 2 en hun huisarts moeten slechts één korte vragenlijst invullen op het moment van de consultatie. Dit om na te gaan met welke klinische manifestaties een infectie met minder bekende tekenoverdraagbare pathogenen gepaard kan gaan.
 
Bij beide groepen moet er bij de inclusie in de studie (consultatie met diagnose) een bloedstaal (6 ml) worden afgenomen om te onderzoeken of er andere tekengebonden (co-)infecties aanwezig zijn. Het materiaal voor deze bloedafname wordt voorzien door het WIV. De stalen kunnen worden meegegeven met de koerier van het medische labo dat routinematig diagnostische analyses uitvoert. De stalen zullen bewaard worden op het WIV en op het einde van de studie opgestuurd worden naar het RIVM in Nederland. Zij beschikken over een multiplex PCR-techniek voor de detectie van de minder bekende tekenoverdraagbare pathogenen tijdens de acute fase van infectie.
 
De termijn voor de inclusie van de patiënten loopt tot en met oktober 2019, behalve wanneer het nodige aantal patiënten eerder wordt bereikt.
De huisartsen ontvangen een bedrag van € 50 op het einde van de studie indien zij twee patiënten met een EM geïncludeerd hebben, € 100 bij inclusie van minstens drie patiënten met een EM en € 150 bij inclusie van minstens vijf patiënten met een EM. Er zijn geen bijkomende kosten, noch voor de patiënt, noch voor de huisarts. Voor deze studie werd een gunstig advies verkregen van een onafhankelijk ethisch comité (Comité d’Ethique hospitalo-facultaire Saint-Luc UCL) en de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (het Sectoraal comité van de Gezondheid).
 
Het HUMTICK project wordt gefinancierd door het Wetenschappelijk Instituut Volkgezondheid (WIV). De coördinatie gebeurt door de dienst Epidemiologie van Infectieziekten (WIV). De studie wordt uitgevoerd in samenwerking met verschillende onderzoekspartners: de ‘Université catholique de Louvain’ (UCL), het Nationaal referentiecentrum voor Borrelia (UCL en UZ Leuven), het ‘Centre for Health Economics Research & Modelling Infectious Diseases’ (CHERMID), het Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu in Nederland (RIVM) en verschillende ziekenhuizen in België.
 
 

Wilt u meewerken aan de studie?

Geef dan uw contactgegevens door via de link "druk hier om deel te nemen aan deze studie" bovenaan de pagina.   
Op deze manier wordt u opgenomen in het HUMTICK artsennetwerk en wordt er u, in de loop van de komende weken, een start - en infopakket bezorgd om met de studie te kunnen starten. 

Aarzel niet om de dienst Epidemiologie van Infectieziekten van het WIV te contacteren indien u vragen heeft of meer gedetailleerde informatie wenst. Dit kan via email naar Laurence.Geebelen@wiv-isp.be of telefonisch op het nummer: 02/642 57 66.
 
  

Referentielijst context

 (1)  Vanthomme K, Bossuyt N, Boffin N, Van C, V. Incidence and management of presumption of Lyme borreliosis in Belgium: recent data from the sentinel network of general practitioners. Eur J Clin Microbiol Infect Dis 2012 Sep;31(9):2385-90.
 (2)  Bleyenheuft C, Lernout T, Berger N, Rebolledo J, Leroy M, Robert A, et al. Epidemiological situation of Lyme borreliosis in Belgium, 2003 to 2012. Arch Public Health 2015;73(1):33.
 (3)  Stanek G, Wormser GP, Gray J, Strle F. Lyme borreliosis. Lancet 2012 Feb 4;379(9814):461-73.
 (4)  Wormser GP, Dattwyler RJ, Shapiro ED, Halperin JJ, Steere AC, Klempner MS, et al. The clinical assessment, treatment, and prevention of lyme disease, human granulocytic anaplasmosis, and babesiosis: clinical practice guidelines by the Infectious Diseases Society of America. Clin Infect Dis 2006 Nov 1;43(9):1089-134.
 (5)  Aucott JN, Crowder LA, Kortte KB. Development of a foundation for a case definition of post-treatment Lyme disease syndrome. Int J Infect Dis 2013 Jun;17(6):e443-e449.
 (6)  Aucott JN, Rebman AW, Crowder LA, Kortte KB. Post-treatment Lyme disease syndrome symptomatology and the impact on life functioning: is there something here? Qual Life Res 2013 Feb;22(1):75-84.
 (7)  Claerebout E, Losson B, Cochez C, Casaert S, Dalemans AC, De CA, et al. Ticks and associated pathogens collected from dogs and cats in Belgium. Parasit Vectors 2013;6:183.
 (8)  Lempereur L, De CA, Caron Y, Madder M, Claerebout E, Saegerman C, et al. First molecular evidence of potentially zoonotic Babesia microti and Babesia sp. EU1 in Ixodes ricinus ticks in Belgium. Vector Borne Zoonotic Dis 2011 Feb;11(2):125-30.
 (9)  Jahfari S, Fonville M, Hengeveld P, Reusken C, Scholte EJ, Takken W, et al. Prevalence of Neoehrlichia mikurensis in ticks and rodents from North-west Europe. Parasit Vectors 2012;5:74.
 (10)  Cochez C, Heyman P, Heylen D, Fonville M, Hengeveld P, Takken W, et al. The Presence of Borrelia miyamotoi, A Relapsing Fever Spirochaete, in Questing Ixodes ricinus in Belgium and in The Netherlands. Zoonoses Public Health 2015 Aug;62(5):331-3.

 
​​​​​​​​​​​​​​​

Projet HUMTICK

Maladies transmises par les tiques en Belgique

L'Institut Scientifique de Santé Publique (ISP) recherche des médecins généralistes supplémentaires pour participer à une étude sur la maladie de Lyme et d'autres pathogènes transmis par les tiques en Belgique. Les médecins ont pour mission de recruter des patients présentant un érythème migrant ou un syndrome grippal après une morsure de tique récente, et ce jusqu'en octobre 2019.
Vous trouverez ci-dessous de plus amples informations sur le déroulement de l'étude.
 
Si vous acceptez de participer à l'étude, veuillez nous transmettre vos coordonnées, en cliquant sur le lien suivant:
 
Cliquez ici pour prendre part à l'étude

 

 

Contexte de l’étude

En Belgique, près de 10 000 personnes consultent chaque année un médecin généraliste pour un érythème migrant, la manifestation la plus fréquente de la maladie de Lyme, et 200 à 300 personnes sont hospitalisées (1;2).
 
Même après avoir suivi un traitement antibiotique adéquat, certains patients peuvent présenter des symptômes non spécifiques, comme de la fatigue, des douleurs musculo-squelettiques ou des troubles cognitifs. Si ceux-ci persistent plus de six mois après le traitement et si leur intensité influe sur les activités quotidiennes du patient, on parle alors de syndrome PTLDS (Post-Treatment Lyme Disease Syndrome) ou Post-Lyme (3-6). La cause précise de ce dernier n’est pas encore connue et peu d’études scientifiques ont été menées sur les facteurs de risque potentiels. On ne connaît pas non plus précisément l’importance des co-infections avec d’autres agents pathogènes transmis par les tiques (tels que Anaplasma spp. ou Babesia spp.) dans le cadre du développement du PTLDS. Des études ont montré que d’autres agents pathogènes moins connus transmis par les tiques (tels que Rickettsia spp., Neoehrlichia mikurensis, Borrelia miyamotoi,…) sont également présents dans la population de tiques en Belgique (7-10). Peu de données sont cependant disponibles sur leur survenue et importance, tant chez les patients souffrant de la maladie de Lyme que dans la population générale exposée aux tiques en Belgique.
 
Objectifs de l’étude
  • Déterminer le fardeau des différentes manifestations cliniques de la maladie de Lyme en Belgique ;
  • Quantifier les coûts liés à la maladie de Lyme en  Belgique ;
  • Évaluer la présence d’autres agents pathogènes transmis par les tiques en Belgique : Anaplasma spp, Rickettsia spp., Neoehrlichia mikurensis, Babesia spp., Borrelia miyamotoi ;
  • Objectiver la survenue du syndrome PTLDS en Belgique et identifier les facteurs de risque potentiels qui y sont associés (notamment les co-infections).
 

Brève description des méthodes :

Pour atteindre ces objectifs, quatre groupes de participants sont inclus dans l’étude. Les groupes 1 et 2 sont recrutés par les médecins généralistes.
  • Groupe 1 : Patients présentant un érythème migrant (250-600 patients à inclure) ;
  • Groupe 2 : Patients présentant un syndrome grippal après une morsure de tique récente, c'est-à-dire inférieure à un mois (maximum 200 patients à inclure) ;
  • Groupe 3 : Patients présentant une maladie de Lyme disséminée (100 patients). Recrutement par les hôpitaux universitaires liés au Centre national de référence pour Borrelia ;
  • Groupe 4 : Groupe de référence. Recrutement par les patients participant.
 
Les patients du groupe 1 sont suivis  au cours d’une période de 6 mois à 2 ans (en fonction de la date d’inclusion) à l’aide de questionnaires visant à définir le fardeau et les coûts de la maladie à court et long terme. Le médecin traitant est également invité à remplir un bref questionnaire à deux ou trois reprises : lors de l’inclusion (version papier), 6 mois plus tard (en ligne) et éventuellement 12 mois plus tard (en ligne), ayant trait à l’examen clinique, aux éventuelles consultations et éventuels résultats de tests sanguins complémentaires, ainsi qu’aux symptômes subjectifs présents chez les patients.
 
Les patients du groupe 2, ainsi que le médecin traitant, doivent uniquement remplir un questionnaire au moment de la consultation. L’objectif est d’étudier quelles manifestations cliniques peuvent être associées à une infection par des agents pathogènes moins connus liés aux tiques.​
 
Un échantillon de sang (6 ml) doit être prélevé pour les deux groupes au moment de l’inclusion dans l’étude (consultation avec diagnostic) afin de rechercher la présence d'autres (co-)infections associées aux tiques. Le matériel de prélèvement sera fourni par l'ISP. Les échantillons peuvent être remis au coursier du laboratoire médical auquel les analyses diagnostiques sont habituellement confiées. Les échantillons seront stockés à l'ISP et envoyés, à la fin de l’étude, au RIVM (Pays-Bas) qui dispose d’une technique PCR multiplex pour la détection des agents pathogènes moins connus associés aux tiques lors de la phase aiguë de l’infection.
 
La période d’inclusion des patients s’étendra jusqu'au mois d'octobre 2019, sauf si le nombre de patients nécessaires est atteint plus tôt.
Les médecins généralistes recevront un montant de 50 € à la fin de l’étude s’ils ont inscrit deux patients présentant un érythème migrant. ​Ils recevront 100 € à partir de trois patients présentant un érythème migrant inclus et 150 € à partir de cinq patients présentant un érythème migrant inclus. Aucun frais annexe n’est à consentir, ni pour le patient ni pour le généraliste. L’étude a reçu un avis positif d’un comité éthique indépendant (Comité d’Éthique hospitalo-facultaire Saint-Luc UCL) et de la Commission de la protection de la vie privée (Comité sectoriel de la Santé). 
 
Le projet HUMTICK est financé par l'Institut Scientifique de Santé Publique (ISP). La coordination est assurée par le service Épidémiologie des maladies infectieuses (ISP). L'étude est réalisée en collaboration avec l'Université catholique de Louvain (UCL), le Centre National de Référence pour Borrelia (UCL - UZ Leuven), le ‘Centre for Health Economics Research & Modelling Infectious Diseases’ (CHERMID), le 'Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu' (RIVM) des Pays-Bas et plusieurs hôpitaux en Belgique.
 
Souhaitez-vous prendre part à l'étude ?
 
Si vous acceptez de participer à l'étude, veuillez nous transmettre vos coordonnées, en cliquant sur le lien figurant en haut de la page.
Vous serez alors inclus dans le réseau des médecins HUMTICK, et vous recevrez dans le courant du mois prochain un colis avec le matériel nécessaire pour démarrer l'étude.
 
N'hésitez pas à contacter le service Épidémiologie des maladies infectieuses de l'ISP si vous avez des questions ou si vous souhaitez recevoir de plus amples informations, par courriel à l'adresse Laurence.geebelen@wiv-isp.be ou par téléphone au numéro 02 642 57 66.
  
 
 
Références
 
 (1)  Vanthomme K, Bossuyt N, Boffin N, Van C, V. Incidence and management of presumption of Lyme borreliosis in Belgium: recent data from the sentinel network of general practitioners. Eur J Clin Microbiol Infect Dis 2012 September;31(9):2385-90.
 (2)  Bleyenheuft C, Lernout T, Berger N, Rebolledo J, Leroy M, Robert A et al. Epidemiological situation of Lyme borreliosis in Belgium, 2003 to 2012. Arch Public Health 2015;73(1):33.
 (3)  Stanek G, Wormser GP, Gray J, Strle F. Lyme borreliosis. Lancet 2012 February 4;379(9814):461-73.
 (4)  Wormser GP, Dattwyler RJ, Shapiro ED, Halperin JJ, Steere AC, Klempner MS et al. The clinical assessment, treatment, and prevention of lyme disease, human granulocytic anaplasmosis, and babesiosis: clinical practice guidelines by the Infectious Diseases Society of America. Clin Infect Dis 2006 November 1;43(9):1089-134.
 (5)  Aucott JN, Crowder LA, Kortte KB. Development of a foundation for a case definition of post-treatment Lyme disease syndrome. Int J Infect Dis 2013 June;17(6):e443-e449.
 (6)  Aucott JN, Rebman AW, Crowder LA, Kortte KB. Post-treatment Lyme disease syndrome symptomatology and the impact on life functioning: is there something here? Qual Life Res 2013 February;22(1):75-84.
 (7)  Claerebout E, Losson B, Cochez C, Casaert S, Dalemans AC, De CA et al. Ticks and associated pathogens collected from dogs and cats in Belgium. Parasit Vectors 2013;6:183.
 (8)  Lempereur L, De CA, Caron Y, Madder M, Claerebout E, Saegerman C et al. First molecular evidence of potentially zoonotic Babesia microti and Babesia sp. EU1 in Ixodes ricinus ticks in Belgium. Vector Borne Zoonotic Dis 2011 February;11(2):125-30.
 (9)  Jahfari S, Fonville M, Hengeveld P, Reusken C, Scholte EJ, Takken W et al. Prevalence of Neoehrlichia mikurensis in ticks and rodents from North-west Europe. Parasit Vectors 2012;5:74.
 (10)  Cochez C, Heyman P, Heylen D, Fonville M, Hengeveld P, Takken W et al. The Presence of Borrelia miyamotoi, A Relapsing Fever Spirochaete, in Questing Ixodes ricinus in Belgium and in The Netherlands. Zoonoses Public Health 2015 August;62(5):331-3.
 
 

Last modified: