Skip Ribbon Commands
Skip to main content
NL FR EN
A
A
A

 Difterie

 Diphtérie

  

  

Op 15 maart 2016 is in Vlaanderen een geval van respiratoire difterie veroorzaakt door een toxinogene stam van Corynebacterium diphtheriae (C. diphtheriae) gediagnosticeerd bij een 3-jarig kind van Tsjetsjeense oorsprong, geboren in België en niet gevaccineerd. Ondanks de toediening van difterie-antitoxine is het kind op 17 maart overleden. De besmettingsbron is niet bekend.

Hoewel de ziekte zeldzaam is, werden er tussen 2009 en 2014 in de Europese Unie 10 tot 38 gevallen per jaar gediagnosticeerd. De gevallen komen hoofdzakelijk voor bij patiënten van 45 tot 65 jaar. Difterie kan echter ook optreden bij jonge kinderen die niet gevaccineerd zijn, zoals in juni 2015 in Spanje bij een 7-jarig kind dat overleden is.

Difterie wordt als een medische urgentie en als een urgentie voor de volksgezondheid beschouwd. Daarom moet elk verdacht geval zo snel mogelijk worden gemeld aan de arts infectieziektebestrijding1

De arts infectieziektebestrijding zal erop toezien dat 

1) het staal voor de identificatie van een toxinogene stam naar het Nationaal Referentiecentrum wordt verstuurd

2) dosissen van difterie-antitoxine vrij gemaakt wordt (voorraad beschikbaar in België), 

3) controlemaatregelen voor de patiënt en zijn omgeving worden genomen

De behandeling van besmette personen vereist onder andere de snelle toediening van difterie-antitoxine in combinatie met antibioticatherapie. In geval van klinisch vermoeden is de snelle toediening (binnen de 48 uur) van difterie-antitoxine noodzakelijk om het risico op sterfte of complicaties zoals myocarditis of nevritis te verminderen. Het antitoxine verbindt zich immers met het toxine dat in het lichaam circuleert maar kan het toxine niet neutraliseren als deze zich al aan de cellen heeft vastgehecht of de cel al is binnengedrongen.

In België is het aantal gevallen aanzienlijk gedaald dankzij de veralgemeende vaccinatie tegen difterie sinds 1959. Het laatste overlijden gerapporteerd in België dateert van 1974 en in 1993 werd in Moskou het overlijden van een Belgische burger gerapporteerd.

Het vaccin tegen difterie is het enige middel om de ziekte te voorkomen en het beschermt efficiënt tegen het toxine dat door C. diphtheriae en C. ulcerans wordt geproduceerd. Vaccinatie tegen difterie wordt aanbevolen in de basisvaccinatiekalender.

Voor toelichtingen over de epidemiologische situatie in België, kan u het rapport over infectieziekten bij kinderen, die voorkomen kunnen worden door vaccinatie raadplegen.

1Artsen infectieziektebestrijding – melden van infectieziekten:
Vlaanderen : http://www.zorg-en-gezondheid.be/contact-infectieziektebestrijding-en-vaccinatie
Brussel : https://www.wiv-isp.be/matra/bru/
Wallonië : https://www.wiv-isp.be/matra/cf/connexion.aspx 

​​​​​​​​​​​​​​​​​​

Un cas de diphtérie respiratoire lié à une souche toxinogène de Corynebacterium diphtheriae (C. diphtheriae) a été diagnostiqué en Flandre, le 15 mars 2016, chez un enfant âgé de 3 ans, d’origine tchétchène, né en Belgique, non vacciné. Malgré l’administration d’antitoxine diphtérique, son décès est survenu le 17 mars. 
La source de la contamination n’est pas connue.

Bien que la maladie soit rare, entre 10 et 38 cas ont été diagnostiqués, chaque année, entre 2009 et 2014 dans les pays de l’Union européenne. Si la maladie touche principalement des patients de 45 à 65 ans, elle peut survenir chez de jeunes enfants non vaccinés à l’instar d’un enfant de 7 ans décédé en Espagne en juin 2015.

La diphtérie étant une urgence médicale et une urgence de santé publique, tout cas suspect doit donc être déclaré le plus rapidement possible aux médecins inspecteurs d’hygiène1

Le médecin inspecteur d’hygiène veillera aux dispositions suivantes : 

1) envoi de l’échantillon vers le centre national de référence pour identification d’une souche toxinogène, 

2) mise à disposition de doses d’antitoxines (stock disponible en Belgique), 

3) prise de mesures de contrôle pour le patient et son entourage. 

La prise en charge des personnes infectées nécessite, entre autres, l’administration rapide d’antitoxine diphtérique en combinaison à une antibiothérapie. En cas de suspicion clinique, l’administration rapide (dans les 48h) de l’antitoxine est indispensable si l’on veut réduire le risque de décès ou de complications telles que la myocardite ou la névrite. En effet, elle se lie à la toxine circulante mais ne peut neutraliser la toxine lorsque celle-ci s’est déjà fixée aux cellules ou si elle y est déjà entrée.

En Belgique, grâce à la vaccination généralisée contre la diphtérie depuis 1959, le nombre de cas y a considérablement diminué. Le dernier décès rapporté en Belgique datait de 1974 et un décès d’une ressortissante belge avait été également rapporté, à Moscou, en 1993.

La vaccination contre la diphtérie est le seul moyen de prévenir la maladie et protège de manière efficace contre la toxine produite par C. diphtheriae et C. ulcerans. La vaccination contre la diphtérie est recommandée dans le calendrier vaccinal de base.

Pour plus d’informations sur la situation épidémiologique en Belgique, consultez le rapport sur les maladies à prévention vaccinale​.

1 Déclaration des maladies transmissibles :
A Bruxelles : https://www.wiv-isp.be/matra/bru/
En Région wallonne : https://www.wiv-isp.be/matra/cf/connexion.aspx
En Flandre : http://www.zorg-en-gezondheid.be/contact-infectieziektebestrijding-en-vaccinatie

​​

Last modified: